
Wet werkelijk rendement box 3 – Status, Berekening en Invoering 2028
De Wet werkelijk rendement box 3 (dossiernummer 36748) vormt de kern van een fundamentele hervorming van de vermogensbelasting in Nederland. Het wetsvoorstel vervangt het bestaande forfaitaire stelsel, waarbij een vast percentage over het vermogen werd belast, door een systeem waarbij belasting wordt geheven over het daadwerkelijk behaalde rendement uit sparen en beleggen.
De aanleiding voor deze wijziging ligt in het zogeheten Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. In dat arrest oordeelde de rechter dat het bestaande forfaitaire stelsel in strijd is met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht uit artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het kabinet was daarom genoodzaakt over te gaan tot een nieuw systeem dat uitgaat van het werkelijke rendement.
Het wetsvoorstel heeft als hoofdvorm de vermogensaanwasbelasting (VAB), waarbij jaarlijks wordt belast over de werkelijke inkomsten zoals rente en dividend, evenals over de positieve of negatieve waardeontwikkeling van vermogen. De Memorie van toelichting en artikelsgewijze toelichting werden op 19 mei 2025 beschikbaar gesteld via Rijksoverheid, waarmee burgers en professionals inzicht krijgen in de exacte werking van de nieuwe regelgeving.
Wat is de status van de Wet werkelijk rendement box 3 in de Eerste Kamer?
Heffing over werkelijk rendement box 3
In behandeling Eerste Kamer
Vanaf 1 januari 2028
Belasting over daadwerkelijk verdiend rendement
Belangrijkste inzichten uit het wetgevingsproces
- Hoofdregel: Belasting over werkelijke inkomsten zoals rente en dividend, plus positieve of negatieve waardeontwikkeling van vermogen; kosten zijn aftrekbaar
- Uitzondering: Voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting, waarbij belasting wordt geheven bij realisatie van winst
- Stelselbreedte: Het nieuwe stelsel geldt voor alle vermogensbestanddelen in box 3; bestaande vrijstellingen blijven van kracht, tenzij aanpassing nodig is
- Parlementaire behandeling: De Eerste Kamer voert momenteel behandeling uit en heeft meerdere ingekomen brieven ontvangen, onder meer van Baker Tilly en de NOB/WFR, over varianten voor indirect rendement
- VAB versus vermogenswinstbelasting: In de brieven en het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 stond de afweging tussen beide heffingsvormen centraal
- Amendement Vermeer: Een voorstel tot verhoging van het heffingsvrije vermogen naar € 3.600 werd ingediend op 5 februari 2026
- Motie Grinwis/Vermeer: Over de leegwaarderatiocorrectie bij woningen (36748-34) werd een motie ingediend
| Aspect | Details |
|---|---|
| Wetsnummer | 36748 |
| Hoofdregel | Vermogensaanwasbelasting (VAB) |
| Berekening | Inkomsten minus schulden minus kosten |
| Uitzondering | Vermogenswinstbelasting voor onroerend goed en startende ondernemingen |
| Amendementen | Verhoging heffingsvrij vermogen € 3.600 (Vermeer, 5 feb 2026) |
| Moties | Leegwaarderatiocorrectie (Grinwis/Vermeer, 36748-34) |
De stemmingen in de Eerste Kamer vonden plaats op 12 februari 2026. De behandeling omvatte onder meer het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026, waarbij schriftelijke vragen werden beantwoord via kamerstuk 36748-28. Meerdere organisaties, waaronder Baker Tilly en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB), hebben hun zienswijze kenbaar gemaakt via ingekomen brieven.
Wat is de status van de Wet werkelijk rendement box 3 in de Tweede Kamer?
De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aangenomen. Dit was het resultaat van een wetgevingsoverleg dat eerder plaatsvond op 4 februari 2026 en 19 januari 2026. De eindtekst van het wetsvoorstel werd op 12 februari 2026 vastgesteld en gedocumenteerd in kamerstuk 2026D07831.
Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer werden diverse amendementen en moties besproken. Naast het amendement-Vermeer over de verhoging van het heffingsvrij vermogen en de motie-Grinwis/Vermeer over de leegwaarderatiocorrectie, werden ook stemmingsoverzichten van moties behandeld. Zo diende Grinwis c.s. een motie in over de vermogenswinstbelasting (36748 nr. 13), waarover stemmingsoverzichten beschikbaar zijn.
De stemming in de Tweede Kamer markeert een belangrijke stap in het wetgevingsproces. Het wetsvoorstel werd ingediend via dossier 2025Z09723 en doorliep vervolgens het volledige traject van behandeling tot definitieve goedkeuring door de Tweede Kamerleden.
Vervolgstappen na Tweede Kamer-goedkeuring
Met de goedkeuring door de Tweede Kamer is het wetsvoorstel doorgestuurd naar de Eerste Kamer voor verdere behandeling. De internetconsultatie en het nader rapport waren reeds eerder beschikbaar gesteld via Rijksoverheid. De Memorie van toelichting en artikelsgewijze toelichting vormen de basis voor de verdere parlementaire behandeling.
Officiële dossierpagina Eerste Kamer
Hoe bereken je het werkelijk rendement in box 3?
De berekening van het werkelijk rendement in box 3 volgt een helder stramien: inkomsten minus schulden minus kosten. Tot de inkomsten behoren rente, dividend en andere opbrengsten uit vermogen. De kosten omvatten beheerskosten en andere uitgaven die direct verbonden zijn aan het vermogen. Schulden worden in mindering gebracht op de totale vermogenswaarde.
Bij onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen geldt een afwijkende systematiek. In plaats van de vermogensaanwasbelasting wordt hier de vermogenswinstbelasting toegepast. Dit betekent dat belasting wordt geheven op het moment dat de winst wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop van onroerend goed of verkoop van aandelen.
Rekenvoorbeeld uit de praktijk
Een concreet rekenvoorbeeld afkomstig uit een brief van Baker Tilly aan de Eerste Kamer illustriceert de werking van het nieuwe stelsel. Bij een vermogensgroei van € 610,51 wordt € 219,78 aan box 3-heffing berekend, wat neerkomt op een effectief tarief van 36%. Dit resulteert in een eindvermogen van € 1.390,73.
Bij een vermogensgroei van € 610,51 bedraagt de box 3-heffing € 219,78 (36%). Het eindvermogen komt daardoor uit op € 1.390,73. Dit voorbeeld is afkomstig uit een brief van Baker Tilly aan de Eerste Kamer en toont hoe het werkelijke rendement wordt belast.
De Belastingdienst zal burgers en ondernemers ondersteunen met rekenhulpen en instructies voor het vaststellen van het werkelijke rendement. De focus ligt daarbij op het transparant maken van de inkomsten, schulden en kosten die relevant zijn voor de belastingheffing.
Meer informatie over werkelijk rendement op Belastingdienst.nl
Wanneer gaat de Wet werkelijk rendement box 3 in per 2028?
De Wet werkelijk rendement box 3 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met als uiterste datum 1 januari 2028. Dit betekent dat vanaf het belastingjaar 2028 het nieuwe stelsel van kracht wordt voor alle belastingplichtigen in box 3.
Bepaalde artikelen uit de wet treden pas in werking na toepassing van artikel VII, wat betekent dat er voor specifieke onderdelen een gefaseerde invoering kan plaatsvinden. Het kabinet heeft gekozen voor een geleidelijke overgang om burgers en ondernemers de tijd te geven zich voor te bereiden op de nieuwe systematiek.
De daadwerkelijke invoering is afhankelijk van koninklijk besluitvorming. Hoewel 1 januari 2028 als uiterste datum geldt, kan de exacte invoeringsdatum nog wijzigen op basis van politieke en praktische overwegingen.
Voorbereiding op de nieuwe regelgeving
Burgers en ondernemers kunnen zich nu al voorbereiden door hun vermogensoverzichten op orde te brengen. Het bijhouden van werkelijke inkomsten uit sparen en beleggen wordt essentieel onder het nieuwe stelsel. De Belastingdienst zal nadere informatie verstrekken over de wijze van aangifte en de benodigde documentatie.
Kabinetsplannen op Rijksoverheid.nl
Tijdlijn: Van indiening tot invoering
- 19 mei 2025 — Publicatie Memorie van toelichting en artikelsgewijze toelichting via Rijksoverheid
- 19 januari 2026 — Wetgevingsoverleg Eerste Kamer met beantwoording vragen (kamerstuk 36748-28)
- 4 februari 2026 — Wetgevingsoverleg Tweede Kamer
- 5 februari 2026 — Amendement Vermeer over verhoging heffingsvrij vermogen naar € 3.600
- 12 februari 2026 — Stemming Tweede Kamer; wetsvoorstel aangenomen
- 12 februari 2026 — Stemmingen Eerste Kamer
- Uiterlijk 1 januari 2028 — Inwerkingtreding Wet werkelijk rendement box 3
Dossierpagina Tweede Kamer met alle stukken
Wat is zeker en wat blijft onduidelijk?
| Vastgestelde informatie | Onzekerheden |
|---|---|
| Het wetsvoorstel vervangt het forfaitaire stelsel | De exacte ingangsdatum hangt af van koninklijk besluit |
| Hoofdregel is vermogensaanwasbelasting (VAB) | Praktische uitwerking van de vermogenswinstbelasting voor onroerend goed |
| Aangenomen door Tweede Kamer op 12 februari 2026 | Definitieve uitkomst van de Eerste Kamer-behandeling |
| Invoering uiterlijk per 1 januari 2028 | Gedetailleerde invulling van kosten aftrekbaarheid |
| Gericht op werkelijk rendement uit sparen en beleggen | Beschikbaarheid van rekenhulpen van de Belastingdienst |
Achtergrond en betekenis van de wet
De Wet werkelijk rendement box 3 is meer dan een technische aanpassing van de belastingwetgeving. Het wetsvoorstel vormt het antwoord van de wetgever op een uitspraak van de Hoge Raad die het bestaande forfaitaire stelsel onrechtmatig verklaarde. Het arrest van 24 december 2021 maakte duidelijk dat belastingheffing over vermogen moet uitgaan van het werkelijk behaalde rendement, niet van een fictief forfaitair percentage.
Met de introductie van de vermogensaanwasbelasting wordt aansluiting gezocht bij de werkelijke economische realiteit van belastingplichtigen. Wie weinig rendement behaalt, betaalt minder belasting. Wie substantieel verdient aan vermogen, wordt daar ook naar rato in belast. Het nieuwe stelsel beoogt daarmee een rechtvaardiger verdeling van de belastingdruk over vermogende particulieren.
De uitzondering voor onroerende zaken en startende ondernemingen waarborgt dat beleggers in deze categorieën niet worden geconfronteerd met jaarlijkse liquiditeitsproblemen. De vermogenswinstbelasting wordt pas geheven op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop of vervreemding.
Bronnen en officiële documentatie
De Memorie van toelichting stelt dat als hoofdregel belasting wordt geheven over werkelijke inkomsten en positieve of negatieve waardeontwikkeling van vermogen, waarbij kosten aftrekbaar zijn.
— Memorie van toelichting, Rijksoverheid (19 mei 2025)
Uit de brief van Baker Tilly blijkt dat bij een vermogensgroei van € 610,51 een bedrag van € 219,78 aan box 3-heffing wordt berekend, resulterend in een eindvermogen van € 1.390,73.
— Brief Baker Tilly aan Eerste Kamer (22 maart 2026)
Alle officiële stukken zijn beschikbaar via de digitale infrastructuur van de Eerste Kamer en Tweede Kamer. De Memorie van toelichting en artikelsgewijze toelichting zijn gepubliceerd via Rijksoverheid en bieden een volledig overzicht van de beweegredenen en technische uitwerking van het wetsvoorstel.
Brief Baker Tilly aan Eerste Kamer (PDF)
Samenvatting: Stand van zaken Wet werkelijk rendement box 3
De Wet werkelijk rendement box 3 (dossier 36748) bevindt zich in een vergevorderd stadium van behandeling. Na goedkeuring door de Tweede Kamer op 12 februari 2026 is de Eerste Kamer gestart met de behandeling. De stemmingen hebben plaatsgevonden en de uitkomst wordt de komende periode verwacht. De verwachte invoering per uiterlijk 1 januari 2028 geeft burgers en ondernemers voldoende tijd om zich voor te bereiden op het nieuwe stelsel. Voorheen onduidelijkheden over de precieze berekeningswijze en de praktische impact worden de komende maanden verder uitgewerkt door de Belastingdienst en de fiscale adviseur.
Voor een volledig overzicht van het wetgevingsproces en alle officiële documenten verwijzen wij naar de dossiers bij de Eerste Kamer en Tweede Kamer.
Veelgestelde vragen
Waarom vervangt de Wet werkelijk rendement box 3 het oude forfaitaire stelsel?
Het Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 oordeelde dat het forfaitaire stelsel in strijd is met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht uit artikel 6 EVRM. Daarom moest een nieuw systeem worden ontworpen dat uitgaat van het werkelijke rendement.
Wat is het verschil tussen vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting?
De vermogensaanwasbelasting (VAB) wordt jaarlijks geheven over inkomsten en waardeontwikkeling. De vermogenswinstbelasting geldt voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen en wordt pas geheven bij realisatie van winst.
Wanneer treedt de Wet werkelijk rendement box 3 in werking?
De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, uiterlijk per 1 januari 2028. Bepaalde artikelen kunnen pas later van kracht worden na toepassing van artikel VII.
Hoe wordt het werkelijk rendement berekend?
Het werkelijk rendement wordt berekend als: inkomsten minus schulden minus kosten. Tot inkomsten behoren rente, dividend en andere opbrengsten. Kosten voor vermogensbeheer zijn aftrekbaar.
Wat betekent de wet voor onroerend goed in box 3?
Voor onroerende zaken geldt de vermogenswinstbelasting in plaats van de vermogensaanwasbelasting. Belasting wordt pas geheven bij verkoop of realisatie van de waardestijging, niet jaarlijks over de waardeontwikkeling.
Waar vind ik de Memorie van toelichting?
De Memorie van toelichting en artikelsgewijze toelichting zijn beschikbaar via Rijksoverheid, gepublicieerd op 19 mei 2025. Alle officiële stukken zijn te raadplegen via de dossiers van Eerste Kamer en Tweede Kamer.
Wat is het heffingsvrij vermogen onder het nieuwe stelsel?
Een amendement van Tweede Kamerlid Vermeer (ingediend 5 februari 2026) bepleit verhoging van het heffingsvrij vermogen naar € 3.600. De definitieve vaststelling hiervan valt onder de parlementaire behandeling.
Kan ik nu al mijn vermogen voorbereiden op het nieuwe stelsel?
Burgers worden geadviseerd om vermogensoverzichten op orde te brengen en werkelijke inkomsten uit sparen en beleggen bij te houden. De Belastingdienst zal nadere informatie verstrekken over de aangifteprocedure.